Camcolit, Priadel, Maniprex
| Leeftijd | Mannen | Vrouwen |
|---|---|---|
| 0.5-1.2 mmol/L | 0.5-1.2 mmol/L |
Lithium vertoont een grote interindividuele variatie in dosisbehoefte en heeft een nauwe therapeutische marge. Therapeutische drugmonitoring is daarom essentieel. Bepaling van de serumconcentratie gebeurt bij voorkeur in een dalspiegel (12 uur na de laatste dosis). De therapeutische referentiewaarden bedragen 0,5–1,2 mmol/L; waarden >1,6 mmol/L worden als kritisch beschouwd.
Lithium wordt snel geabsorbeerd en vrijwel volledig renaal geëlimineerd. De renale klaring is sterk afhankelijk van de natrium- en vochtbalans. Natriumdepletie, dehydratie, braken, diarree en geneesmiddelen zoals NSAID's, diuretica en ACE-inhibitoren kunnen de lithiumconcentratie verhogen en aanleiding geven tot toxiciteit.
Veel voorkomende bijwerkingen zijn gastro-intestinale klachten (misselijkheid, diarree), fijne tremor, polyurie/polydipsie, slaperigheid en gewichtstoename. Bij intoxicatie staan neurologische symptomen op de voorgrond, waaronder dysartrie, ataxie, verwardheid, nystagmus, bewustzijnsdaling, convulsies en coma.
Lithium wordt uitgescheiden in de moedermelk en is daarom tegenaangewezen tijdens borstvoeding.
Lithium stapelt zich op in de schildklier met TSH-stijging en goiter tot gevolg. Op cardiaal vlak zijn voornamelijk geleidingsstoornissen beschreven.
Voor de start van de behandeling worden nierfunctie, schildklierfunctie en cardiale status geëvalueerd.