HbA1c
| Leeftijd | Mannen | Vrouwen |
|---|---|---|
| 4.27-6.07 % | 4.27-6.07 % |
Hemoglobine A1c (HbA1c) is de geglyceerde fractie van hemoglobine en ontstaat door de niet-enzymatische binding van glucose aan hemoglobine in erytrocyten. De HbA1c-concentratie weerspiegelt de gemiddelde glucoseblootstelling gedurende de levensduur van de rode bloedcel (gemiddeld ±100–120 dagen) en geeft bijgevolg een beeld van de glycemische controle over de voorbije 8–12 weken. HbA1c wordt bijgevolg gebruikt voor de opvolging en evaluatie van patiënten met diabetes mellitus.
De ADA adviseert regelmatige HbA1c-bepaling om de glycemische controle en het behalen van de vooropgestelde streefwaarden te evalueren:
- 3–4x/jaar bij patiënten met type 1 diabetes of onvoldoende gecontroleerde type 2 diabetes
- 2x/jaar bij patiënten met goed gecontroleerde type 2 diabetes.
De interpretatie van HbA1c is afhankelijk van een normale erytrocytenturnover. Aandoeningen die de levensduur van erytrocyten beïnvloeden, zoals ijzerdeficiëntie, hemolyse, recent bloedverlies of bloedtransfusie, kunnen leiden tot afwijkende HbA1c-waarden. Daarnaast kunnen zeldzame hemoglobinevarianten interfereren met de HbA1c-bepaling. Bij patiënten met hemoglobinopathieën moet de betrouwbaarheid van de HbA1c-resultaten kritisch beoordeeld worden. Fructosaminebepaling op serum kan in deze gevallen een goed alternatief bieden.